Klimaatakkoord Parijs

Klimaatakkoord Parijs

Wij zijn van mening dat het ontwerp van installaties levensloopbestendig dient te zijn en een duurzaam karakter dient te krijgen gericht op een lange levensduur dat aansluit bij het Klimaatakkoord van Parijs december 2015 en de 20-20-20 Policy van het klimaatakkoord waarvan de belangrijkste doelstellingen zijn:

  1. De partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen.
  2. Er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt.
  3. Alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen.

Opdrachtgevers willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Sinds een koudemiddel op basis van CFK’s en HCFK’s (F-gasregulering) verboden is, is er steeds meer behoefte aan een onderzoek naar de milieuvriendelijkere alternatieven.

Fabrikanten onderzoeken thans het gebruik van nieuwe koudemiddelen zoals R744, R32 en CO2. Er bestaat een grote kans op grootschalige afschrijvingen van de in de toekomst bij het gebruik en bijvullen van verboden koudemiddelen. Het lekken van koudemiddelen moet voorkomen worden. Dit kan door de HFK-inhoud te minimaliseren en door maatregelen te nemen ter voorkoming van lekkage. Op termijn worden HFK-koudemiddelen met hoge broeikasfactor mogelijk verboden.

Vanwege de sterke aantasting van de ozonlaag zijn wereldwijde afspraken gemaakt om CFK’s en HCFK’s te vervangen door chloorvrije koudemiddelen. Vanwege de bijdrage aan het broeikaseffect heeft de EU de F-gassenverordening uitgevaardigd, ter vermindering van de HFK-lekkage.

Doel van de nieuwe F-gassen verordening is het milieu te beschermen door de uitstoot van gefluoreerde broeikasgassen te verminderen. Tegen het jaar 2050 dienen de broeikasgasemissies met 80 % à 95 % onder de niveaus van 1990 uit te komen om de klimaatverandering tot een temperatuurstijging van 2 °C te beperken en aldus ongewenste klimaateffecten te voorkomen.

Door de verordening wordt de hoeveelheid beschikbare middelen met een hoog aardopwarmingsvermogen (GWP) sterk gereduceerd. En in sommige gevallen zelfs geheel verboden. Het GWP (Global Warming Potential) is een getal dat de invloed weergeeft van een koudemiddel op de aardopwarming als het in de atmosfeer vrijkomt. Het is een relatieve waarde die de impact vergelijkt van 1 kilo koudemiddel ten opzichte van 1 kilo CO2, over een periode van 100 jaar.

In 2018 moet in de branche de totale hoeveelheid F-gassen die gebruikt wordt, zijn teruggebracht met 37 procent. In 2030 mag de hoeveelheid nog slechts 21 procent bedragen van wat er in 2015 werd gebruikt. Dit tijdpad staat bekend als ‘uitfasering’. Bovendien zal het veelgebruikte koudemiddel R404A vanaf 2020 voor veel stationaire systemen verboden zijn. Met een hoog GWP van 3922 overschrijdt R404A de toegestane maximumwaarde van 2500 fors. De verordening zal, tot deze in 2030 volledig is ingevoerd, nog veel werk bezorgen. Er zal strenger worden gecontroleerd op afdichtingen. Daarnaast hebben we te maken met een striktere certificering voor werknemers, de documentatie en de administratie in de toekomst zal blijven toestaan.

Benieuwd wat de gevolgen voor uw koelinstallaties zijn? U kunt uw adviseur bereiken via het contactformulier van KEI-Advies BV.